(Voor meer boekreviews, zie mijn andere blog: Read52)
F. Springer, in het ware leven Carel Jan Schneider (Batavia, 1932), was van 1985 tot 1989 ambassadeur in Oost-Berlijn. De diplomatie komt uitgebreid terug in Springers Berlijnroman Quadriga.
Quadriga is liefdesverhaal en diplomatenroman in één. In de nadagen van de DDR krijgt journalist Robert Somers een uitnodiging voor een werkbezoek aan Oost-Berlijn. Daar krijgt hij de wonderschone Monika Rittner als begeleidster toegewezen. Frau Rittner heeft ongetwijfeld lijnen naar de Stasi (de geheime dienst in de DDR), dus het is oppassen geblazen. Terwijl Somers de glorieuze DDR-succesverhalen van belangrijke Partijleden aanhoort, valt hij als een blok voor Monika’s charmes. Zij laat hem (professioneel of ongevoelig?) lang in onzekerheid. Kan Robert haar vertrouwen?
Springer bouwt vrijelijk eigen interesses en ervaringen in in Quadriga. De fascinaties voor Ivan Boenin en Heinrich von Kleist lezen regelmatig alsof ze Springers eigen enthousiasme uitbeelden, in plaats van die van Robert Somers. Boenin is diep verankerd in het verhaal: Somers ziet in Monika een personificatie van Lika uit Boenins Het leven van Arsenjev. Dit in tegenstelling tot Kleist, die ietwat uit de lucht komt vallen. Ook deelt Somers een anekdote met de Berlijnse ambassadeur Raaf uit hun gezamelijke tijd in Angola. Deze komt ongetwijfeld uit een notitieblok of agenda van Springer zelf.
Hoe dan ook: Quadriga is het lezen meer dan waard. Het levert voor Berlijnliefhebbers vele blikken van herkenning op. Bovendien toont Robert Somers’ tocht langs de hoogwaardigheidsbekleders een boeiende blik in de diplomatie van de voormalige DDR.